



Je dwaalt door een wirwar van smalle straten. Elk bochtje verrast. Spierwitte huizen, blauwe luiken en bougainvillea die uitbundig over balkons hangt. Op een muurtje ligt een kat te slapen alsof hij de baas van het eiland is. Spoiler: waarschijnlijk is dat ook zo. Mykonos heeft twee gezichten. Overdag voelt het ontspannen en bijna idyllisch, maar zodra de zon richting zee zakt, verandert de sfeer. Terrassen lopen vol, de muziek gaat nét een tandje harder en het eiland bruist tot diep in de nacht. Dus wat te doen op Mykonos? Genoeg. Tijd om het eiland te ontdekken.
Mykonos-stad: verdwalen is hier geen fout, het is een levensstijl






Mykonos-stad is een charmant doolhof. De bewoners legden de smalle straten vroeger bewust zo aan om piraten te misleiden. Tegenwoordig zijn het vooral toeristen die daar moeiteloos in slagen. Mét een lege telefoonbatterij. Verdwaasd kijkend of dat ene boetiekje met dat mooie jurkje nu alweer achter ze ligt.
De straten kronkelen als een puzzel zonder oplossing. Iedere afslag lokt. Je wandelt langs boetiekjes met handgemaakte sieraden, winkels vol linnen kleding in vijftig tinten wit en deuren die precies dat perfecte Mykonos-blauw hebben. Je wilt gewoon overal even kijken. En net als je denkt dat je de route doorhebt, sta je ineens bij een piepklein kerkje of kijk je aan het einde van een steeg recht op zee. Helemaal niet erg.
En dan kom je zomaar pelikaan Pedro tegen. De onofficiële mascotte van het eiland en opvolger van de beroemde Petros. Soms wandelt hij doodleuk door de straat. En soms staat hij ineens op een terras alsof hij een tafeltje heeft gereserveerd. Een tikkeltje eigenwijs, maar inmiddels net zo onderdeel van Mykonos als de witte huisjes en blauwe luiken.
Mijn tip: probeer hier niet te fanatiek volgens Google Maps te wandelen. Dat haalt juist de lol eruit. Kijk omhoog, kijk goed om je heen en volg gewoon het volgende witte huis, blauwe luik of bougainvillea. Grote kans dat je ergens uitkomt waar je toch al wilde zijn.



Zodra de zon zakt, verandert de stad. Lantaarns springen aan. Muziek komt uit barretjes waar je overdag waarschijnlijk gewoon voorbij bent gewandeld. En pleintjes vullen zich langzaam met stemmen, gerinkel van glazen en gelach. Een gezellige boel. Overdag dwaal je hier nog met een zonnebril op. ’s Avonds denk je ineens: misschien toch nog één drankje. En daarna nog eentje. Mykonos-stad doet dat met je.




De windmolens
Wandel je vanuit het centrum richting de rand van de stad, dan zie je ze vanzelf opduiken. Vijf witte molens op een rij. Hoog boven Mykonos-stad, met hun wieken vol in de wind. Ze staan er al sinds de 16e eeuw. Vroeger draaide het hier niet om selfies of perfecte zonsondergang foto’s. Eilandbewoners gebruikten de wind om graan te malen. Best praktisch eigenlijk. Nu doen de molens vooral waar ze ook héél goed in zijn: er fotogeniek uitzien. Rond zonsondergang wordt het hier druk. Niet een beetje druk. Iedereen wil ineens precies op dat ene plekje staan. En terecht. De lucht kleurt zachtroze, de molens worden donkere silhouetten en de stad? Die kleurt mee.
Little Venice
Nee, geen gondels. Wel huisjes die zo dicht op het water staan dat één enthousiaste golf je bijna natte voeten bezorgt. Maar hé, met dat uitzicht neem je dat risico er graag bij. Little Venice is precies zo’n plek waar je denkt dat je er alleen even gaat kijken. Nou mooi niet. Een uur later zit je er nog steeds met een lokale wijn voor je neus naar de zee te staren. De balkons hangen bijna boven het water, de zon zakt langzaam richting de horizon en overal om je heen proberen mensen datzelfde gouden moment vast te leggen. Begrijpelijk, want dit is Mykonos op z’n meest romantisch. Een beetje chic en een beetje bohemien.
De oude haven
In de oude haven zie je weer een andere kant van de stad. Tussen de peperdure jachten liggen gewone vissersbootjes. Vissers rommelen met netten, brengen vis aan land en ondertussen zetten reizigers met koffers hun eerste stappen op het eiland. Je voelt meteen dat hier van alles gebeurt. Bovendien vertrekt hier ook de boot naar Delos en boek je er leuke tochten langs de kust. Plof lekker neer bij een taverne. Bordje mezes erbij. Glas ouzo op tafel. En kijken maar. Naar boten die komen en gaan. Naar mensen die net aankomen en naar locals die dit tafereel waarschijnlijk al duizend keer hebben gezien. ’s Avonds wordt het hier nog gezelliger. Tavernes vullen zich. En zodra je verse vis, feta, gegrilde groenten en die romige tzatziki proeft, weet je het weer. De Griekse keuken is fan-tas-tisch.
Buiten Mykonos-stad begint een ander eiland



Mykonos-stad heeft genoeg om je dagen bezig te houden. Maar stap in een auto of scooter en je merkt al snel dat er buiten de stad nog een heel ander Mykonos ligt. De smalle steegjes maken plaats voor kronkelende wegen, droge heuvels en witte kerkjes.
Zet koers naar Ano Mera. Dit dorp voelt alsof Mykonos ineens een paar versnellingen terugschakelt. Op het centrale plein schuiven locals aan voor een koffie, terwijl tavernes langzaam vollopen met de geur van gegrilde vis en verse oregano. Geen haast, geen designerwinkels en geen beachclub op elke hoek. Gewoon een stukje Grieks eilandleven dat heerlijk ongepolijst is.
Klouvas ligt vlak bij Mykonos-stad en voelt toch een stuk landelijker. Rond Marathi wordt het landschap nog opener. Je rijdt langs stenen muurtjes, akkers en kleine kapelletjes en ziet af en toe een geit opduiken alsof die hier de verkeersregels bepaalt.
De kleinere dorpen hebben geen lange lijst met bezienswaardigheden nodig. Hun charme zit juist in de omgeving en in het gewone leven dat zich hier afspeelt. Een taverne langs de weg. Een dorpsplein waar weinig lijkt te gebeuren. Een wit kerkje dat ineens tussen de heuvels verschijnt. En soms is dat precies genoeg.
Strandhoppen op z’n Mykonos



Over het strandleven gesproken. Mykonos heeft meer stranden dan jij dagen in je vakantie hebt. Dus kies wijs. Elk strand heeft zijn eigen karakter. De één komt met beats, cocktails en zonnebedden. De ander juist met stilte, helder water en het soort rust waardoor je je telefoon vanzelf wat langer in je tas laat zitten.
Paradise Beach is er voor iedereen die graag een stranddag met een soundtrack heeft. Eerst lig je nog braaf op je handdoek of zonnebed. Beetje zwemmen. Beetje kijken. Maar ergens halverwege de dag gaat de muziek harder, worden de glazen voller en verandert het strand langzaam in een feestje. Subtiel? Niet echt. Leuk? Als je ervoor komt absoluut.
Ornos Beach doet het rustiger aan, maar zonder saai te worden. De baai is beschut, het water is kalm en rond het strand zitten genoeg restaurants en beachclubs voor een lange luie lunch. Dit is zo’n plek waar gezinnen, watersporters en strandliefhebbers prima naast elkaar passen.
En dan heb je Agios Sostis. Hier gaat het tempo flink omlaag. Geen grote beachclubs. Geen muziek die over het hele strand schalt. Wel helder water, rotsachtige heuvels en ruimte om gewoon even niets te doen. Je rolt je handdoek uit. Smeert je nog een keer in en slaat eindelijk dat ene boek eens open. En dat is het. Geen programma. Geen planning. Alleen zee.
Feesten als een Griekse god(in)


En dan is er natuurlijk nog het nachtleven. Want Mykonos zonder een vleugje feest? Dat klopt niet. Zodra de zon ondergaat, verandert de sfeer. In Mykonos-stad stromen de bars vol, uit smalle straten komt muziek gewaaid en later op de avond trekken veel feestgangers richting de clubs buiten de stad. Bij Cavo Paradiso dans je hoog boven de zee, met een heerlijk uitzicht. Bij Scorpios draait het meer om de hele setting: muziek, eten, cocktails, zeezicht en mensen kijken. Heel veel mensen kijken. Je kunt hier groots uitgaan, maar net zo goed alleen iets drinken en de sfeer meepikken. Niemand die je verplicht om tot zonsopkomst door te dansen. Al gebeurt dat misschien per ongeluk toch.
Cultuur met een kick: dagtrip naar Delos


Toe aan een culturele detox na al die dansvloeren? Zet koers naar Delos. Vanaf Mykonos-stad vaar je naar een eiland dat totaal anders aanvoelt. Hier geen hotels. Geen beachclubs. Geen volle terrassen. Alleen stenen paden, ruïnes en een geschiedenis die hier letterlijk onder je voeten ligt.
Volgens de Griekse mythologie werden Apollo en Artemis op Delos geboren. Het eiland groeide daardoor uit tot een belangrijk religieus centrum in de oudheid. Vandaag wandel je tussen de overblijfselen van tempels, woningen en een oud theater. Soms staat er nog een muur overeind, ergens anders alleen een paar zuilen. En toch krijg je een aardig beeld van hoe indrukwekkend deze plek ooit moet zijn geweest.
De zon brandt hier ondertussen vrolijk verder en schaduw is schaars. Water mee dus. En zonnebrand. Veel zonnebrand.
Waarom Mykonos gewoon een geniaal idee is





Mykonos is misschien klein, maar saai wordt het geen seconde. De ene dag verdwaal je tussen smalle steegjes, de volgende lig je met je voeten in het zand of zit je uren aan een tafel vol Griekse mezze. En als de lucht roze kleurt boven Little Venice, begrijp je precies waarom zoveel mensen steeds weer terugkomen. Sommige eilanden bezoek je. Mykonos blijft nog wel even in je hoofd rondwandelen.
