15–22 minuten

Snak jij in de koude wintermaanden ook zo naar de warmte van de zon? Nou … Curaçao is maar één lange vlucht van je verwijderd. Denk aan Willemstad met zijn vrolijke kleuren en levendige straten vol gave streetart. De hippe beachclubs van Jan Thiel nodigen je uit om te relaxen. Op Mambo Beach geniet je van de zon. En op Westpunt ontdek je ruige, ongerepte natuur. Natuurlijk mag het superheldere Spaanse Water aan de oostkant niet ontbreken: een waar paradijs voor watersporters en natuurliefhebbers. Vraag je je af wat je echt moet doen op Curaçao? In deze blog ontdek je de tofste bezienswaardigheden en insider-tips om het eiland optimaal te beleven.

Willemstad: kleurrijk, creatief en vol van smaak

Willemstad? Een explosie van kleuren begroet je. Je wandelt richting de iconische Handelskade en daar staan ze: felgekleurde huizen die vrolijk weerspiegelen in het water van de Sint Annabaai. Gele, roze, blauwe en oranje gevels vormen samen één van de meest herkenbare beelden van Curaçao. Dit is zo’n moment waarop je camera overuren draait. Vooral vanaf de overkant van het water, bij de Pontjesbrug, zie je hoe bijzonder deze kleurrijke rij historische panden is. Maar Willemstad heeft veel meer in petto dan alleen die bekende fotospot. De hoofdstad van Curaçao is echt een plek waar geschiedenis, cultuur, kunst en het dagelijkse eilandleven samenkomen. Met vriendelijke locals die je begroeten met een warme “bon dia”.

Punda bruist. Smalle straten leiden je langs kraampjes met tropisch fruit in regenboogkleuren. Gezellige winkels lokken je naar binnen met handgemaakte schatten. Op de Breedestraat shop je tussen locals en toeristen die vrolijk door elkaar bewegen. Kunstliefhebber? Pietermaai District it is. Dit historische buurtje net buiten Punda’s centrum verrast je met kleurrijke muurschilderingen op elke hoek. Hippe boetiekjes en knusse restaurants maken het plaatje compleet. Hier dwaal je met plezier een middag lang. Ook een leuke plek om even rond te kijken is de drijvende markt aan de Sha Caprileskade. Hier liggen kleurrijke bootjes vol verse groenten, fruit en vis. De markt ontstond doordat Venezolaanse handelaren hun producten vanaf hun boten verkochten. Koffieliefhebber? Check even in bij Number Ten in Scharloo. Hier schenken ze niet zomaar koffie, maar een ervaring. De vrolijke tuin nodigt je daarbij uit om even lekker te blijven hangen. Begint je maag te knorren? Plasa Bieu is je bestemming. In deze overdekte food court proef je Curaçao op je bord. Stobá, funchi, keshi yena en verse vis. Hier geen witte tafelkleden. Wel authentieke smaken die je bijblijven. Dit is Punda. Ongepolijst, levendig en onweerstaanbaar.

Vanuit Punda wandel je door richting de beroemde Koningin Emmabrug, beter bekend als de Pontjesbrug. Deze bijzondere drijvende voetgangersbrug verbindt Punda met Otrobanda. Wanneer de brug langzaam opengaat om schepen door te laten, ontstaat er een bijzonder schouwspel midden in de stad. Even wachten hoort erbij, maar juist dat past bij het ontspannen tempo van het eiland. Aan de andere kant ontdek je Otrobanda, letterlijk ‘de andere kant’. Deze wijk heeft de afgelopen jaren een prachtige ontwikkeling doorgemaakt. Waar je voorheen vooral historische gebouwen en oude pakhuizen vond, ontdek je nu een creatieve wijk vol kleurrijke street art, gezellige restaurants en mooie plekken. Het Rif Fort Village verdient je aandacht. Dit historische fort huisvest nu winkels, restaurants en bars met eindeloos zeezicht. Bestel een lekkere Blue Curaçao cocktail en geniet van het uitzicht. In Otrobanda voel je het echte Curaçao. Minder gepolijst dan Punda, maar met een hart dat klopt op het ritme van het eiland.

De mooiste stranden van het eiland

Huurauto geregeld? Dan kan de ontdekkingstocht beginnen. Dolfijn FM aan, ramen open en rijden maar. De warme eilandwind waait naar binnen terwijl je de drukte van Willemstad achter je laat. Onderweg zie je het landschap veranderen. Cactussen langs de weg, kleurrijke huizen, af en toe een verdwaalde geit die rustig langs de kant staat. En haast? Dat kennen ze hier niet. De meeste stranden vind je aan de westkust van het eiland. Trek er gerust een hele dag voor uit, want voor je het weet blijf je ergens langer dan gepland. Een uitzichtpunt hier, een duik daar … en ineens is de middag voorbij.

Grote Knip: het iconische strand van het eiland

Grote Knip. Misschien heb je dit strand al honderd keer voorbij zien komen op foto’s. Maar geloof me: wanneer je er zelf staat, is het toch anders. Vanaf het uitzichtpunt boven de baai zie je direct waarom deze plek zo populair is. Een brede strook wit zand, groene heuvels eromheen en een zee die helder turquoise kleurt. Natuurlijk maak je een foto. Waarschijnlijk zelfs meerdere. Wandel daarna naar beneden richting het strand. Grote Knip is namelijk niet alleen mooi vanaf boven. Het water is rustig, waardoor je hier heerlijk kunt zwemmen en snorkelen. Onder het wateroppervlak ontdek je kleurrijke vissen en met een beetje geluk zwemt er een zeeschildpad voorbij. Neem vooral je tijd. Rol je handdoek uit, bestel een koude Amstel Bright en geniet van het uitzicht. Want zeg nou zelf: hoeveel stranden hebben zo’n decor.

Kleine Knip: rustiger en minstens zo mooi

Na al dat blauw bij Grote Knip stap je weer in de auto voor de volgende stop. Gelukkig hoef je niet ver te rijden, want Kleine Knip ligt letterlijk om de hoek. Kleiner? Ja. Minder mooi? Absoluut niet. Misschien voelt deze baai juist daardoor wel extra fijn. Het is er wat rustiger en de sfeer is ontspannen. Locals komen hier graag met een koelbox vol drankjes en snacks om gewoon een dagje aan zee door te brengen. Geen haast. Geen volle planning. Gewoon lekker zwemmen, snorkelen en genieten van hun eiland. Het water is ook hier kraakhelder en vanaf de rotsen rondom de baai heb je een mooi zicht over het strand.

Playa Lagun: snorkelen tussen de rotsen

Dan is het tijd voor Playa Lagun. Een kleine baai die je zomaar voorbij zou rijden als je niet weet dat hij er zit. En misschien is dat juist de charme. Geen grote entree, geen lange boulevard vol winkels. Gewoon een weggetje richting de kust en ineens verschijnt daar een kleine baai tussen hoge rotswanden. Playa Lagun voelt bijna als een natuurlijk zwembad. De rotsen aan beide kanten beschermen de baai en het heldere water maakt dit een geliefde plek om te snorkelen. Zodra je je hoofd onder water steekt, begint de ontdekkingstocht. Kleurrijke vissen zwemmen tussen de rotsen. En wist je dat aan de rechterkant van de baai bovenaan een restaurant staat die heerlijke pompoenpannenkoeken serveert? Dit is zo’n plek waar je eigenlijk maar even wilde kijken. Maar ja … dat loopt op Curaçao vaak anders.

Cas Abou: een tropische stranddag

Na Playa Lagun gaat de route verder richting Cas Abou. En daar krijg je weer een heel ander strandgevoel. Het witte zand, de palmbomen en het heldere water vormen samen precies het Caribische plaatje dat je in gedachten had voordat je naar Curaçao vertrok. Zoek een plekje onder een parasol en hup, het water in. Snorkelen kan hier ook prima, dus stop je snorkelset vooral niet onder in je strandtas. Cas Abou heeft bovendien wat meer voorzieningen dan de kleinere baaien. Er zijn ligbedden, een bar en een restaurant. Handig, want na een paar uur waterpret en bakken in de zon krijg je vanzelf trek. En eerlijk? Een koud colaatje met uitzicht op zee smaakt hier toch nét even beter.

Playa Porto Mari: natuur en ontspanning

Nog zo’n strand dat je tijdens een rondje Curaçao kunt meepakken is Playa Porto Mari. Hier draait het niet alleen om zon en zee. Porto Mari staat namelijk ook bekend om de natuur rondom het strand én de varkentjes die hier ronddwalen. Ja, echt. Terwijl jij met je handdoek op het zand ligt, kunnen er ineens een paar nieuwsgierige viervoeters voorbij komen scharrelen. Dat blijft toch een grappig gezicht. Ook onder water valt er genoeg te zien. Op het land maak je een wandeling, waar je vervolgens iets lekkers smikkelt in het restaurant.

Curaçao na zonsondergang: dan begint het feestje pas

Denk je dat Curaçao na zonsondergang langzaam tot rust komt? Think again. Zodra de zon plaatsmaakt voor een zwoele avond, gaan op verschillende plekken juist de lichten aan en de muziek harder. Vooral rond Mambo Beach hoef je niet lang te zoeken naar gezelligheid. Overdag lig je hier met je voeten in het zand te chillen. Maar tegen het einde van de middag verandert de sfeer. De muziek gaat wat harder, de happy hours worden ingeluid en ineens zit je midden in een feestje. Bij Wet & Wild Beachclub zit je daarvoor helemaal goed. Met de happy hours is het extra verleidelijk om nog eentje te bestellen. En nog eentje dan. Je kent het wel.

Wil je nog even doorfeesten, dan zijn Madero Ocean Club en Club LIV goede plekken om je avond voort te zetten. Bij Madero draait het regelmatig om dj’s, muziek en feesten aan het strand. Club LIV is meer het werk van dansvloer opzoeken en lekker doorgaan tot de late uurtjes.

Ook SBG Nightclub is een bekende naam in het Curaçaose nachtleven. Kortom: je hoeft hier echt niet om elf uur ’s avonds met je tanden gepoetst in bed te liggen.

En het leuke aan dit eiland? Je hoeft niet iedere avond naar een club. Rond Pietermaai en Willemstad vind je genoeg bars waar je spontaan even naar binnen hopt. Eén drankje wordt er al snel twee en voordat je het doorhebt ben je een avondje aan het hoppen van de ene plek naar de andere.

Curaçao North Sea Jazz: muziek, palmbomen en een Caribische avond

Ben je in september op Curaçao? Dan zou ik zeker even kijken of het Curaçao North Sea Jazz Festival op je planning past. En nee, laat je niet afschrikken door het woord jazz. Hier gaat het programma veel verder dan alleen jazzmuziek. Denk aan soul, latin, reggae, R&B en pop. Grote internationale namen zoals Alicia Keys, Lenny Kravitz en Juan Luis Guerra staan er naast artiesten uit allerlei andere muziekgenres. Het festival vindt plaats bij de Piscadera Bay. Overdag heb je de tropische temperaturen en ’s avonds staat er muziek op het programma. Een drankje erbij, lekker eten tussendoor en ondertussen van het ene podium naar het andere slenteren. Dat klinkt toch behoorlijk aantrekkelijk? Dus mocht je een reden zoeken om Curaçao in september te bezoeken … bij deze.

Fuikdag: curaçao op z’n feestelijkst

En dan hebben we Fuikdag nog. Dit is niet zomaar een feestje waar je met je auto naartoe rijdt, een kaartje scant en vervolgens een dansvloer betreedt. Nee. Bij Fuikdag gaat alles op het water. Op een dag in januari verzamelen boten zich in Fuikbaai. Kleine bootjes, grote boten, feestboten … alles komt samen. Muziek schalt over het water en vanaf de kant zie je vooral heel veel mensen, bootjes en opblaasbare flamingo’s voorbij komen. Want waarom zou je op een normale zwemband dobberen als je ook op een gigantische flamingo kunt zitten? Iedereen komt samen om te drinken, te dansen, te zwemmen en vooral heel veel plezier te maken. De baai verandert voor één dag in een enorm drijvend feest. En eerlijk? Als je Curaçao echt wilt meemaken, is dit wel een heel bijzondere manier om het eiland te beleven.

Het Spaanse Water & de Oostkant

Voor de volgende route rij je richting de oostkant. Hier verandert de sfeer opnieuw. Rond het Spaanse Water vind je luxe villa’s, mangroves en jachten die rustig op het water dobberen. Het Spaanse Water is één van de bekendste plekken van het eiland voor watersport. De beschutte baai leent zich uitstekend voor suppen, kajakken, zwemmen en varen. Een boottocht is dan ook een leuke manier om dit gebied te verkennen. Want na al die strandstops mag het tempo best een tandje lager.

Caracasbaai: ruig, rustig en geliefd bij locals

Vlak bij het Spaanse Water ligt Caracasbaai. Deze baai heeft een wat ruiger karakter en voelt minder aangelegd dan bijvoorbeeld Mambo Beach of Jan Thiel. Langs de kust liggen rotsen en het water is helder. Neem je snorkel mee en ontdek wat er vlak onder het wateroppervlak te zien is. Caracasbaai is bovendien makkelijk te combineren met andere plekken aan de oostkant. En dat is handig, want zo maak je er zonder veel omwegen een complete dag van.

Combineer het Spaanse water met Jan Thiel

Vervolgens is het tijd voor Jan Thiel. En daar verandert de sfeer weer compleet. Waar je bij het Spaanse Water vooral rust en watersport vindt, draait het bij Jan Thiel om strand, restaurants, beachclubs en gezelligheid. Hier kun je zonder problemen je stranddag verlengen tot in de avond. Bestel een cocktail, schuif aan voor het diner en blijf vooral nog even zitten wanneer de zon langzaam zakt. De oostkant van Curaçao laat daarmee weer een heel andere kant van het eiland zien. En precies die afwisseling maakt een rondrit zo leuk.

Westpunt: ontdek de ruige en ongerepte kant van curaçao

Voor Westpunt trek je opnieuw je wandelschoenen of slippers aan en stap je in de auto. Dit keer gaat de route helemaal naar het meest westelijke punt van het eiland. Onderweg wordt het landschap steeds ruiger. Minder bebouwing, meer natuur en cactussen langs de weg. De wegen slingeren door het droge landschap en af en toe zie je een geit of ezel langs de kant staan. Zet Dolfijn FM weer aan en geniet van de rit. Want Westpunt gaat niet alleen om de bestemming. De route ernaartoe hoort er net zo goed bij.

Playa Piskado: oog in oog met een zeeschildpad

Eén van de meest leuke ervaringen op Curaçao is zwemmen met zeeschildpadden bij Playa Piskado, ook wel Playa Grandi genoemd. Deze kleine vissersbaai ligt vlak bij Westpunt en is een populaire plek om deze prachtige dieren van dichtbij te bewonderen. Zodra je het water in gaat, is het vooral een kwestie van rustig om je heen kijken. En dan zie je er misschien ineens eentje. Een zeeschildpad die rustig door het water beweegt. Dat blijft bijzonder. Ze lijken zich weinig aan te trekken van jou als bezoeker en bewegen ontspannen door het heldere water. Belangrijk is wel om de dieren met respect te bekijken. Houd voldoende afstand, raak ze niet aan en geef ze vooral de ruimte. Het is hun leefomgeving waarin wij als bezoekers te gast zijn. Neem je snorkel mee, want naast zeeschildpadden valt er onder water nog veel meer te zien.

Christoffelpark: het groene hart van Curaçao

Voor een compleet ander landschap rijd je richting Christoffelpark, het grootste nationale park van het eiland. Hier ontdek je dat Curaçao veel groener en veelzijdiger is dan je misschien verwacht. Het park wordt gekenmerkt door heuvels, bijzondere planten, cactussen en de mooiste uitzichten over het eiland. Het absolute hoogtepunt is de Christoffelberg, met 372 meter het hoogste punt van Curaçao. Wil je de berg beklimmen? Trek dan goede schoenen aan en begin op tijd. Door de warmte en de rotsachtige ondergrond kan de klim best pittig zijn. Maar ook als je niet van plan bent om naar de top te wandelen, is Christoffelpark de moeite waard. Met de auto kun je verschillende routes volgen en onderweg uitstappen bij uitzichtpunten. Kijk vooral goed om je heen. Tussen de begroeiing zie je misschien vogels, hagedissen of andere dieren die je tijdens een stranddag niet tegenkomt.

Shete Boka: waar de kracht van de zee zichtbaar wordt

Welkom bij Shete Boka National Park. De naam betekent letterlijk ‘zeven baaien’ en verwijst naar de verschillende inhammen langs deze ruige kust. Hier geen rustig kabbelende zee zoals bij Grote Knip. De golven beuken tegen de rotsen en laten regelmatig flink van zich horen. Bij Boka Pistol zie je dat helemaal goed. Door een smalle opening in de rotsen wordt het zeewater met enorme kracht omhooggestuwd. Alsof de natuur hier haar eigen fontein heeft aangezet. Je kunt verschillende wandelroutes volgen langs de kust en onderweg grotten, rotsformaties en uitzichtpunten tegenkomen. Neem wel voldoende water mee en trek goede schoenen aan. De zon heeft hier vrij spel en de rotsachtige paden zijn niet bepaald geschikt voor je nieuwste paar slippers.

Dagtrip naar Klein Curaçao

Na al dat rondrijden over het eiland is het tijd om de auto een dag te laten staan. Want voor Klein Curaçao stap je op de boot. Dit kleine eiland ligt ongeveer tien kilometer voor de zuidoostkust van Curaçao. Zodra je de kust achter je laat en Klein Curaçao langzaam aan de horizon verschijnt, zie je vooral één ding: wit. Een lange strook wit zand, felblauw water en een kaal landschap zonder veel bebouwing. Het voelt bijna alsof je op een onbewoond eiland bent beland. Je kunt er snorkelen, zwemmen, zonnen en vooral helemaal niets doen. Toch is het eiland niet alleen maar zon en strand. Midden op Klein Curaçao staat een oude roze vuurtoren uit 1877. Wandel er zeker naartoe. De omgeving rondom de vuurtoren is ruig. Ook langs de kust liggen resten van scheepswrakken. Door de ligging van het eiland en de stromingen zijn hier in het verleden verschillende schepen gestrand. Een dag Klein Curaçao begint meestal vroeg. De meeste boottochten verzorgen eten en drinken, waardoor je eigenlijk alleen nog hoeft te bepalen waar je je handdoek uitrolt. En dat is geen slechte planning voor een vakantiedag.

Landhuizen van Curaçao: een kijkje in het verleden

Tussen al die stranden, baaien en natuurgebieden zou je bijna vergeten dat Curaçao ook een flinke geschiedenis heeft. Verspreid over het eiland vind je verschillende historische landhuizen. Deze oude plantagehuizen herinneren aan een belangrijk, maar ook beladen deel van de geschiedenis van Curaçao. Tegenwoordig hebben sommige landhuizen een nieuwe bestemming gekregen. Zo kun je bij Landhuis Chobolobo meer leren over de bekende Curaçaose likeur. Natuurlijk hoort daar ook proeven bij. Landhuis Knip is weer een heel andere plek. Het historische landhuis ligt vlak bij Grote Knip en is verbonden met de geschiedenis van het eiland. Juist daarom zijn deze plekken interessant om tijdens je rondrit mee te pakken. Je ziet Curaçao dan niet alleen als tropische vakantiebestemming, maar krijgt ook meer mee van het eiland en zijn verleden.

De Curaçaose keuken: proef de smaken van het eiland

En na al dat rondrijden, zwemmen, wandelen en snorkelen krijg je vanzelf trek. Gelukkig weet Curaçao daar wel raad mee. De lokale keuken is net zo veelzijdig als het eiland zelf. Begin bijvoorbeeld met een pastechi. Dit gefrituurde deegpakketje wordt gevuld met onder andere kaas, vlees of vis en is ideaal als ontbijt of tussendoortje. Ook keshi yena moet je eens proberen. Dit traditionele gerecht bestaat uit een uitgeholde kaas, gevuld met vlees, groenten en kruiden. En dan heb je natuurlijk nog karni stoba, verse vis en funchi. Wil je echt lokaal eten? Kijk dan eens waar de locals zelf aanschuiven. Daar vind je vaak gerechten die je niet op iedere toeristische menukaart tegenkomt.

En dan zijn er de Truk’i Pan’s

Maar wacht even … want het lekkerste komt misschien wel later op de avond. Wanneer de zon onder is en de warmte van de dag langzaam plaatsmaakt voor een zwoele avond, beginnen de Truk’i Pan’s tot leven te komen. Truk’i Pan betekent letterlijk ‘broodtruck’. Inmiddels zijn het veel meer dan alleen broodjes. Je vindt er burgers, kip, gegrild vlees, friet en allerlei lokale snacks. En het leuke? Je staat hier niet tussen toeristen die allemaal netjes volgens hun reisplanning om zeven uur aan tafel gaan. Nee. Hier rijden auto’s af en aan, muziek klinkt uit de speakers en locals komen na een lange dag nog even iets lekkers halen. In Saliña vind je verschillende Truk’i Pan’s bij elkaar. Zin in een broodje kip, patat of iets anders van de grill? Grote kans dat je hier wel iets lekkers tegenkomt. Ook in Scharloo kun je terecht. Probeer bijvoorbeeld een broodje lomito of een zoete arepa di pampuna. En bij Plasa Hariri, in de buurt van Punda en Otrobanda, kun je onder andere terecht voor BBQ-gerechten of een arepa. Het is goedkoop, makkelijk en vooral ontzettend lekker. En eerlijk? Na een lange dag op pad is er weinig mis met midden in de avond nog even een broodje scoren bij een Truk’i Pan.

Curaçao leeft

Na al die kilometers, stranden en plekken begrijp je steeds beter waarom Curaçao zoveel meer is dan een bestemming voor een weekje zon.

Het begint in Willemstad, tussen de kleurrijke gevels van de Handelskade en de drukte van Punda. Daarna stap je in de auto, zet Dolfijn FM aan en rijd je richting de stranden. Je zwemt bij Grote Knip, snorkelt bij Playa Lagun en rijdt verder richting Westpunt. Je staat oog in oog met een zeeschildpad, kijkt hoe de golven tegen de rotsen van Shete Boka slaan en misschien zie je onderweg nog een geit die totaal niet onder de indruk is van jouw roadtrip. Later op de dag drink je een cocktail bij Jan Thiel, proef je lokale gerechten bij Plasa Bieu of haal je midden in de avond een broodje bij een Truk’i Pan.

Dat is Curaçao. Kleurrijk, levendig, soms een beetje chaotisch en vooral ontzettend relaxed. Oftewel: trankilo.

Dus laat die strakke planning gerust een beetje los. Huur een auto, zet de radio aan en ga gewoon rijden. Want misschien ontdek je onderweg wel precies die plek die uiteindelijk één van je favoriete herinneringen aan Curaçao wordt.

En dát is nou precies waar reizen om draait.

Lees hier waarom Curaçao zo bijzonder is

Ontdek meer van Beyond the Journey

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder