Lees dit bericht in het Engels

5-7 minuten

Waarom die benen na een dagje Lissabon zo moe zijn? Tja, de stad ligt op zeven heuvels. Daarom zijn de steile straten en piepende trams hier zo legendarisch. Overal waar je kijkt zie je vrolijke, kleurrijke huizen, ruik je de geur van versgebakken pastéis de nata en voel je de relaxte, gezellige sfeer van de stad. Je hoeft hier niet eens een plan te hebben, want achter elke hoek schuilt een nieuw avontuur. Een levendig plein met muziek, een uitzicht dat je stil maakt, of een verborgen terras dat je uitnodigt om te blijven hangen. In dit blog deel ik mijn favoriete bezienswaardigheden en praktische tips om Lissabon écht te beleven.

  1. AlfAma: verdwalen mag
  2. Tram 28: de avontuurlijkste baan van de stad
  3. Bairro Alto by night
  4. Belém: de bakermat van de pastéis de nata
  5. Baixa: Lissabon op z’n chicst
  6. Cascais: de perfecte stranddag
  7. Lissabon: een stad die je niet loslaat

AlfAma: verdwalen mag

Alfama is zo’n wijk waar je meteen je tempo omlaag gooit. Je slentert door een doolhof van smalle straten, soms zo steil dat je bijna moet klimmen en ineens sta je weer op een klein, zonnig plein. De huizen zijn kleurrijk en een tikkeltje afbladderend. De beroemde blauwe azulejo-tegeltjes sieren de muren en boven je hoofd wappert het wasgoed vrolijk aan lijnen tussen de gebouwen. Uit een open deur klinkt melancholische Fado muziek die je direct raakt, ook al versta je er niks van. Maar zó mooi. Zoek een gezellig terras op, bestel een glaasje Ginjinha – een lekkere, pittige kersenlikeur – en neem alles even goed in je op: de sfeer, het uitzicht, de geluiden. Saúde!     

Tram 28: de avontuurlijkste baan van de stad

Geen zin om te lopen? Hup, spring dan op tram 28, dat knalgele trammetje dat echt een avontuur op wieltjes is. Met een vrolijk geratel slingert hij zich dapper door de smalste, steilste straten van Lissabon. Soms lijkt het alsof je rakelings langs de muren scheert. Je houd je adem in … en dan: nét niet. Juist dat maakt de rit zo leuk. Zoek een plek bij het raam, kijk naar buiten en laat deze stad aan je voorbij glijden. Kleurrijke gevels, bochtige straten, schitterende uitzichten. Dit is geen gewone tramrit, dit is Lissabon op z’n best.

Bairro Alto by night

Overdag is het nog best een beetje een slaperige wijk met dichte barretjes, stille straten, maar zodra de zon achter de heuvels zakt, komt Bairro Alto tot leven. De straten vullen zich met mensen. Overal hoor je gelach, geroezemoes en het klinken van glazen. Elke bar heeft z’n eigen vibe: de ene met een zwoele Fado-zanger, de ander met keiharde rock en weer een ander waar je ineens midden op een dansvloer staat. Alles loopt door elkaar en dat maakt het zo sfeervol. Bestel je favoriete cocktail, maak een praatje met een groepje locals dat je zo in hun avond opneemt en laat je gewoon meevoeren. Dit is Bairro Alto in z’n puurste vorm.

Belém: de bakermat van de pastéis de nata

De allerbeste pastéis de nata van Lissabon? Die vind je in Belém natuurlijk. Daar wijzen de locals je zó de weg naar de beroemde bakkerij Pastéis de Belém. Sinds 1837 bakken ze hier die goudbruine, krokante taartjes volgens een geheim recept. Je ruikt het al als je in de buurt komt. Bijt door dat knapperige laagje en proef die warme, romige vulling. Dit zijn nou typisch die kleine geluksmomenten waar je voor reist, toch? Maar hé, Belém draait echt niet alleen om die goddelijke taartjes. Nee, zodra je je vingers hebt afgelikt, is het tijd voor de Torre de Belém: een sprookjesachtig fort dat trots aan de rivier staat. Denk: torentjes, azulejo vibes en een top uitzicht. En een stukje verderop staat het Monument der Ontdekkingen. Je ziet het al van ver, een gigantisch wit gevaarte dat recht de rivier in wijst, vol stoere beelden van Portugese zeehelden. Klim naar boven en je wordt beloond met een uitzicht over Belém, de Taag en misschien zelfs een zonnetje dat langzaam in het water zakt. Magisch momentje hoor.

Baixa: Lissabon op z’n chicst

Baixa is de wijk waar alles nét wat strakker oogt. Brede lanen, symmetrische gebouwen en pleinen waar je bijna automatisch rechterop gaat lopen. Dit is het hart van de stad – netjes heropgebouwd na de grote aardbeving van 1755 – en dat zie je. Alles klopt. Je loopt hier tussen statige gevels met versieringen en sierlijke balkons. Je wandelt van het Praça do Comércio, dat grote plein aan de Taag, naar het Rossio-plein. En onderweg? Genoeg winkels om je koffers mee vol te shoppen. Zin in een koffiestop? Strijk neer op een van de klassieke terrassen, met van die ouderwetse stoeltjes en obers in zwarte vestjes. De koffie is hier meestal net iets duurder dan je gewend bent, maar ach … met zo’n uitzicht en sfeer mag dat wel. En dan heb je natuurlijk nog de Santa Justa-lift. Een sierlijke ijzeren toren die je omhoog tilt naar een spectaculair uitzicht over de stad. Echt zo’n moment voor foto’s én voor jezelf. Daken tot aan de horizon, de Taag die glinstert en een zacht briesje dat je eraan herinnert dat het leven hier eigenlijk best wel chill is.

Cascais: de perfecte stranddag

Heb je genoeg trappen beklommen in Lissabon? Dan is een dagje strand geen overbodige luxe. Stap op de trein bij Cais do Sodré en binnen veertig minuten tuf je zo de stad uit, de kustlijn langs, richting het zonovergoten Cascais. Alleen die treinreis al … je komt langs gouden stranden, wuivende palmbomen en villa’s waar je spontaan van gaat dromen. Eenmaal in Cascais stap je zo het vakantiegevoel in. Je loopt het station uit en daar is het strand al. Het gezellige centrum ligt er pal naast. Slenter door de straten met witte huizen en gekleurde luiken, scoor een verse smoothie of bestel een ijskoude Sumol. En dan? Gewoon gaan zitten. Of liggen. Of hangen. Wat jij wil. En natuurlijk … vis eten. Je zit hier tenslotte in een vissersdorp. Zoek een knus restaurant met een tafeltje in de zon. Bestel wat sardientjes of een vers gegrilde dorade en laat je smaakpapillen hun werk doen.

Lissabon: een stad die je niet loslaat

Sommige steden bekijk je, andere beleef je, maar Lissabon? Die voel je. Misschien is het de zon die altijd lijkt te schijnen, die lekkere geur van verse pastéis de nata, of de muziek die je omhult als een warme deken. Eigenlijk is het vooral de magie van de stad zelf: een beetje chaotisch, altijd vol leven en met zo’n charme die je niet kunt uitleggen. Je moet ‘t gewoon zelf voelen en ervaren. Eén ding weet ik zeker: deze stad laat je écht niet meer los.